“Bestuurders van andere sectoren hebben vaak met dezelfde problematiek te maken, maar  kijken er anders naar”, zegt Wolfert Spijker, directeur-bestuurder Bevolkingsonderzoek Zuid-West. “Dat zette mij aan het denken.” Stefan Koomen, bestuurder Medisch Specialistische Coöperatie Kennemerland, voegt toe: “Bij  intersectorale intervisie lag de focus meer op de persoon dan op de sector. De sector kan zelfs afleiden. De intervisiegroep heeft mij veel gebracht en vormde zelfs de basis van een belangrijke keuze: doorgaan in mijn functie van destijds of niet.”
Artikel geschreven door Sjon Buijs (NVZD)

Enkele jaren geleden vroeg Monique Bellersen zich af of intervisie meerwaarde zou hebben als bestuurders van verschillende sectoren met elkaar in gesprek gaan. Bellersen is organisatieadviseur, interim bestuurder en intervisie-specialist, met meerdere boeken over dit onderwerp op haar naam. Overleg tussen bestuurders van woningcorporaties (verenigd in de NVBW), onderwijs (verenigd in de VvOB) en zorg (verenigd in de NVZD) bestond al. Intersectorale intervisie werd daar aan toegevoegd, de verenigingen stimuleren deelname eraan.

De juiste vragen

“Bij regulier overleg worden vaak adviezen uitgewisseld”, vertelt Bellersen. “Bij intervisie gaat het erom zelf tot nieuw inzicht te komen op basis van vragen die gesteld worden”. De eerste bijeenkomst van een intersectorale intervisiegroep bestaand uit vijf of zes deelnemers staat geheel in het teken van elkaar beter leren kennen. En het creëren van een atmosfeer waarin iedereen zich zo veilig en vertrouwd mogelijk voelt. Daarna wordt elke sessie een casus ingebracht. Dat kan een probleem zijn, maar ook kwestie waar iemand mee worstelt, een professionele ‘puzzel’. Tijdens de bijeenkomst worden de casus en de rol die de bestuurder daarin spelen verkend aan de hand van een intervisiemethode. De andere deelnemers stellen vragen, waarop de casushouder vervolgens zijn eigen nieuwe inzicht formuleert. De bestuurder licht toe wat hij of zij ermee gaat doen, probeert dat uit in de dagelijkse praktijk. “Intervisie lijkt makkelijk”, vertelt Bellersen. “Maar laatst hoorde ik van een van de deelnemers dat hij het nog niet zo simpel had gevonden om de juiste vragen te stellen die de ander ook daadwerkelijk helpen.” Spijker voegt toe: “Door gebruik te maken van intervisiemethodieken was het voor mij intrigerend om te zien dat achter de casus vaak een heel ander achterliggend probleem aan de oppervlakte kwam. Je komt daar pas achter door met elkaar kritisch te reflecteren.” Overigens kan er naast de hier gekozen verbale methode ook uitgegaan worden van gebruik van metaforen of een non-verbale insteek, waar het meer gaat om kijken, beschrijven en tekenen.

Meerwaarde

Karin Verdooren, directeur-bestuurder van woningcorporatie GroenWest, tevens voorzitter NVBW, nam ook deel aan een intersectorale intervisiegroep. “Leiderschapsdilemma’s zijn natuurlijk niet uniek voor een sector, die zijn vaak meer universeel”, zegt Verdooren. “Maar iedereen pakt het dilemma vanuit zijn eigen vakgebied aan, waardoor je net wat vaker hoort ‘Waarom doe je het nou juist zo?’. Dat nieuwe gezichtspunt heeft meerwaarde.” Bellersen onderschrijft dit: “Bestuurders uit andere sectoren kijken door een andere bril. Zij worden niet gehinderd door kennis van conventies, afspraken, maatregelen of ongeschreven regels die in een andere sector gelden. Zelfs de woordkeuze is vaak anders.” Bellersen hoort terug van bestuurders dat zij dit waardevol vinden.

Anderhalve-meter ontmoeten

Een aantal groepen gaat door na het eerste jaar. Door de coronapandemie is bij elkaar komen lastiger. Bovendien worden veel bestuurders opgeslokt door het primair proces. “Je zou echter ook kunnen denken dat intervisie nu extra nodig is”, zegt Bellersen. “Even wat lucht creëren. Ook buiten coronatijd geven bestuurders aan dat als prettig te ervaren. Misschien lukt het met de vragen van de anderen anders naar de problematiek van alledag te kijken, je anders op te stellen, en een doorbraak te creëren.”

Opgeven en informatie
Mocht u zicht hiervoor willen opgeven of meer informatie hierover willen ontvangen, mail dan naar Christiane Hogeweg (c.hogeweg@aedes.nl).